Een zondagsduiker in Brazilië
Freelance tekstschrijver Patrick Bakker woont in Rio de Janeiro. Hij helpt Diveheads door beschrijvingen te vertalen en stukjes te schrijven over bestemmingen in Brazilië. Vandaag blogt hij over zijn meest indrukwekkende duik.
Ik ben een zondagsduiker, en nog een verwende ook. Mijn eerste duik maakte ik in Dahab, een Egyptisch dorpje aan de golf van Akaba. Warm water, koraal zoals ik het als kind in boekjes tegenkwam en vis waar je maar keek. Hoe bijzonder dat was realiseerde ik me pas later. Dat het bijzonder was, begreep ik natuurlijk meteen. Toch bleek die eerste ervaring moeilijk te evenaren. Totdat...
Tollende dolfijnen
Totdat ik in 2003 aankwam op een klein eiland, zo’n 300 km uit de kust van Brazilië. Ontdekt door de Portugezen en veroverd door Engelsen, Fransen, Hollanders en Spanjaarden leek Fernando de Noronha vooral een strategische plek voor de kust van Zuid-Amerika. Charles Darwin beschreef het in zijn ‘Origin of Species’ dus ook ik besloot een kijkje te nemen. ‘Welcome to paradise’ zei de gezagvoerder, terwijl de piloot een bonusrondje om het eiland maakte. Dat het vliegtuig afgeladen was met pasgetrouwde Braziliaanse stelletjes werd plots volledig irrelevant. Door het raampje zag ik de dolfijnen letterlijk door de lucht tollen, in wat later bleek de Baai der Dolfijnen.
Prachtige stranden
Fernando de Noronha is een ecologisch reservaat: een broedplaats voor rifhaaien en dolfijnen met een legstrand voor schildpadden. Net als bij haar geografische tegenhanger aan de westkust van Zuid-Amerika, Galapagos, is de toegang voor toeristen beperkt. En dat is te merken. Respect voor de tourist, onvervuilde stranden en schoon en helder water. Wárm water. Reden genoeg om direct de stoute flippers aan te trekken en me in te schrijven voor een ochtendduik bij Atlantis Divers (als dit een site over stranden was geweest had ik hier nu een lyrisch verhaal over de ‘bovenkant’ van Fernando de Noronha afgestoken).
Boek over schildpadden
Onderweg naar onze eerste spot werden we begeleid door een school dolfijnen die ik, eenmaal onder water, helaas niet meer heb gezien. Duiken op Fernando de Noronha zonder minimaal 5 grote schildpadden te zien is moeilijk. Er schijnen zelfs een hoop verschillende soorten rond Noronha te zwemmen, maar mijn taxonomische kwaliteiten zijn onvoldoende om hier serieus over te berichten. Dat het koraal niet mooi of zelfs aanwezig was, was ik snel vergeten. Net als de groep, die ik verruilde voor twee majestueuze manta’s die op armlengte voorbij fladderden. Ongelofelijk hoe groot alle dieren zijn in deze wateren. Op de haaien na, gelukkig. Binnenkort ga ik maar weer eens terug. Op een warme zondagmiddag. Met mijn vrouw en een boek over schildpadden.



nice blog.
nice blog.
Nieuwe reactie inzenden